Erg atletisch ben ik niet. Nooit geweest ook. Dat bleek, toen ik op tienjarige leeftijd een salto probeerde te maken op een trampoline. Kinderen om mij heen deden dat zonder moeite. Ik kwam hard met mijn knieën tegen het borstbeen en landde helemaal verkeerd. Nadat ik een tijd knock-out op de trampoline had gelegen, ging een toezichthouder in de grote speeltuin toch maar eens kijken of het wel goed met mij ging. Tot een half jaar daarna had ik moeite met simpelweg ademhalen; dat deed veel pijn. Geen wonder: mijn borstbeen bleek gekneusd en herstelt zich niet voor de volle honderd procent. Dat heeft effect op je longen en de borstkas daar omheen.
Gelukkig heeft het ook een positieve consequentie gehad. Dat besefte ik mij jaren later. Vóór die tijd stotterde ik namelijk, waarvoor ik af en toe bij de logopedist kwam. Hoewel hij zijn best deed en het wel wat verminderde, ging het zeker niet over. Maar toen ik doorkreeg dat stotteren vooral een fysieke oorzaak heeft, in de hersenen en het middenrif, viel het kwartje (het tijdperk pre-euro). Juist dat middenrif zal ook een flinke klap hebben gekregen. Is de middenrifspier zich gaan aanpassen om het gekneusde borstbeen te compenseren? Dan hoeven de hersenen ook niet steeds te corrigeren. Hoe dan ook, ik heb sinds de mislukte salto eigenlijk niet meer gestotterd. En dat gaf een heerlijk gevoel. Maar dit is weinigen gegeven. Dus ik heb respect voor de stotteraar en laat deze de eigen zin volledig formuleren. Helpen aan te vullen werkt averechts; dan is het spontane snel over. Spreek het rustig uit!