Op de provinciale eenbaansweg, waar inhalen verboden is door de dubbele belijning, rijdt een auto slingerend met een gangetje van 65 tot 75 kilometer per uur. Steeds versnelt hij iets, om vervolgens weer terug te zakken. Het irriteert mij enorm, ook omdat ik toch al aan de late kant ben. Ja, eigen schuld. Na een tijdje gaat het raam open en landt een brandende sigaret op de rijbaan. Daarna versnelt de auto.
Hoe het mogelijk is weet ik niet, maar een paar dagen later gebeurt exact hetzelfde op een andere provinciale weg. Dan bedenk ik mij: het ritme van versnellen en vertragen zal te maken hebben gehad met inhaleren en uitademen. Enorm ontspannend zeker, een sigaretje. Behalve dan voor degene achter je.
Natuurlijk ligt het niet alleen aan rokers. Autorijden wordt sowieso minder leuk. Een auto rijdt in Nederland volgens het CBS gemiddeld 13.500 kilometer per jaar. Het leeuwendeel daarvan wordt in de spits gereden. En met name in files is het verbruik hoog. Dus als we uitgaan van gemiddeld 1 op 12, is dat 1125 liter per jaar. We zitten al behoorlijk tegen de magische grens van 2 euro voor een litertje aan. Nog even en benzine wordt echt een luxeartikel! Terwijl er nog nauwelijks een alternatief voor is. Elektrisch rijden? Ja, behalve als je verder wilt dan 30 kilometer. En met wat blaadjes op het spoor, twee vlokjes sneeuw of een regenbui ligt het treinverkeer plat. Dus toch weer de auto in. Maar de hoop dat een verstokte roker de accijns op sigaretten of brandstof nu echt te hoog vindt, blijkt opnieuw tevergeefs. Zelfs de banden roken.